De kleine Hippias
Socrates’ vragen zijn onnavolgbaar. Konden wij nu nog maar zo elkaar bevragen. Of Achilles nu liegt en slecht is of Odysseus, het gaat om Hippias. De pocher en sofist heeft het gedaan.
“… wie mag toch wel de beste zijn, de vrijwillige of de onvrijwillige delinquent?” Ik moet echt meteen denken aan Pechtold. Ik kan er niets aan doen.
Maar ja,
Socrates: “Welke ogen zou je het liefst hebben voor uw hele leven: ogen waarmee je expres, of ogen waarmee je zonder het te willen slecht en verkeerd ziet?”
Hippias: “De eerste.”
Pechtold zal bovenstaande gewiekst beamen. Maar of P. beter is dan een wilderiaan zal Socrates in ieder geval nooit aantonen. Heerlijk, toch!





